Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word weekblad

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
weekly
🔗 „Is dit niet iets voor u?” vroeg Tom Poes, het weekblad vooruitstekend.
weekly
semajna revuo
🔗 Intussen was Joost weer terruggekeerd met een lijvig weekblad onder de arm.
🔗 De bladeren kleuren zich in de herfst bloedrood.
(courant; krant; nieuwsblad);
🔗 De ouders van Sylvie van der Vaart hebben het in het Duitse blad Bild opgenomen voor hun dochter.
(mesje);
lamina
(dienblad; presenteerblad; schenkblad)
tray
🔗 Zij kwam terug met een blad.
(vel)
(tijdschrift)
🔗 Aan de inhoud van dit blad kunnen geen rechten ontleend worden.
foliage
🔗 De els bloeit nog voordat het blad verschijnt.
(mals; murw; zacht)
🔗 Of ben ik toch te week geweest?
🔗 Maar dat kon je niet elke week volhouden.
🔗 Een week na dit gesprek werd hij werkelijk ziek.

DutchEnglish
weekblad weekly
blad blade; bowl; flap; journal; lamina; leaf; paddle; paper; print; publication; tray; vane; sheet; top; magazine; frond
week flabby; namby‐pamby; week; soft; squashy