Diccionario neerlandés–español

Traducción española de la palabra neerlandesa schieten

neerlandés → español
  
neerlandésespañol (traducido indirectamente)esperanto
(vuren)
disparar
;
tirar
echarse a reir
(ontladen)
descargar
(artillerie)
artillería
(vooruitgaan; vorderen)
acrecentar
;
activar
(schijf)
blanco
schietspoel
lanzadera
(aansnellen; toelopen; toesnellen; komen aanhollen; komen aanrennen)
acudir
(uitspruiten)
abotonar
caer
adelantar
;
dar en préstamo