Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word vulling

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
vulling
(opvulsel; vulsel)
stuffing
vulling
(opvulsel; vulsel)
padding
;
stuffing
(plomberen);
plombi
(opvullen; opzetten);
remburi
(opvullen)
;
obturate
obturi
(dempen; stoppen; vólmaken);
fill up
🔗 Hij vulde de roemers en ging weer zitten.

DutchEnglish
vulling cartridge; centre; farce; fill; filling; padding; refill; stuffing
bladvulling fill‐up; filler; padding; stopgap
goudvulling gold stopping; gold filling
kattebakvulling kitty litter
schoudervulling shoulder pad
tandvulling filling; stopping; plug
vullen charge; crowd; farce; fill; fill out; fill up; flesh out; inflate; load; pad; pad out; stop; stuff; wad