Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word kasje

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
(broeikas)
greenhouse
;
(holte)
socket
(fonds);
cash‐box
;
socket of the eye
;
eye‐socket
🔗 Toen de holle kassen hun blik op het zwaard in Conans hand vestigden, begon er een sinistere spookachrige gloed in te branden.

DutchEnglish
kas bezel; case; cash; cash‐box; cash desk; chase; chest; exchequer; fund; glasshouse; greenhouse; pay‐office; socket