Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word inspectiereis

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
(keuring)
inspection
(schouw; schouwing; visitatie)
inspection
;
review
reis
(tocht; toer; trip); ;
🔗 Ik hoop dat u een prettige reis hebt gehad.
(keer; maal)
🔗 Na elkaar herhaalde reizen gezondheid te hebben toegewenst en onder belofte van briefwisseling, namen wij afscheid.

DutchEnglish
inspectiereis tour of inspection
inspectie inspection; inspectorate; muster; overhaul; review; visit; survey
reis bout; journey; progress; travel; trip; voyage; run; tour; travelling; time