English–Dutch dictionary

Dutch translation of the English word laggard

English → Dutch
  
EnglishDutch (translated indirectly)Esperanto
(straggler)
(be detained; be kept in; remain; stay on; straggle)
(cover; overlay; plate; protect; face; coat; back; invest)
tegi

EnglishDutch
laggard achterblijvend; achterblijver; talmer; traag; treuzelaar; treuzelig
lag achter de tralies zetten; achteraankomen; achterblijven; achterstand; bekleden; deporteren; gedeporteerde; in de gevangenis stoppen; isoleren; naijlen; naijlen op; periode; tijdsverloop; tijdsverschil; vertraging; vertragingsfactor