Engels–Nederlands woordenboek

Nederlandse vertaling van het Engelse woord informal

Engels → Nederlands
  
EngelsNederlands (indirect vertaald)Esperanto
;
🔗 She wore an informal white gown.
informal
(colloquial; familiar)
;
formal
(stilted)
;
formal
(measured; stiff)
; ;
(formally)
🔗 Finland and Sweden will receive formal invitations to join the alliance after Turkey dropped its opposition
formal
formal
neformaleco
🔗 I am accustomed to informality.

EngelsNederlands
informal familiaar; familiair; informeel; inofficieel; los; ongedwongen
informal wear stadskledij; stadskleren
formal afgemeten; formeel; officieel; plechtig; plechtstatig; protocollair; uitdrukkelijk; voor de vorm; vormelijk; vorm‐
informality informaliteit