English–Dutch dictionary

Dutch translation of the English word pout

English → Dutch
  
EnglishDutch (translated indirectly)Esperanto
pout
(take offence; mind; sulk)
;
gekwetst worden
;
zich beledigd voelen
ofendiĝi
pout
(sulk)
pout
pout
(bib; pout whiting; pouting)
;
pout whiting
(bib; pouting; pout)
;
pouting
(bib; pout whiting; pout)
;

EnglishDutch
pout de lip laten hangen; druilen; gepruil; pruilen; steenbolk; steenwijting
pout whiting steenbolk; steenwijting
pouter kropduif; pruiler
pouting gepruil; steenbolk; steenwijting