Información sobre la palabra doorstaan (neerlandés → Esperanto: suferi)

Sinónimos: lijden, uitstaan

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/dorˈstan/
Separacióndoor·staan

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) doorsta(ik) doorstond
(jij) doorstaat(jij) doorstond
(hij) doorstaat(hij) doorstond
(wij) doorstaan(wij) doorstonden
(jullie) doorstaan(jullie) doorstonden
(gij) doorstaat(gij) doorstondt
(zij) doorstaan(zij) doorstonden
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) doorsta(dat ik) doorstonde
(dat jij) doorsta(dat jij) doorstonde
(dat hij) doorsta(dat hij) doorstonde
(dat wij) doorstaan(dat wij) doorstonden
(dat jullie) doorstaan(dat jullie) doorstonden
(dat gij) doorstaat(dat gij) doorstondet
(dat zij) doorstaan(dat zij) doorstonden
Participios
Participio presenteParticipio pasado
doorstaand, doorstaande(hebben) doorstaan

Traducciones

afrikáansly
alemánaushalten; dulden; erdulden; ertragen; leiden
bajo sajónlyden
catalánpatir; sofrir
checosnášet; trpět; utrpět
danésgennemgå
españolpadecer; sufrir
esperantosuferi
feroéslíða
finéskärsiä
francésendurer; souffrir; subir
frisón de Saterlandduldje; ferdreege; liede; uuthoolde
frisón occidentallije
inglésendure; sustain
islandésþola
latínpatiri
malayoderita … menderita
papiamentosufri; wanta
polacocierpieć
portuguésaturar; padecer; penar; provar; sofrer; suportar; tolerar
sranan tongopina
suecolida
tailandésต้อง; ทาน
turcoazap çekmek