Información sobre la palabra omkomen (neerlandés → Esperanto: perei)

Sinónimos: de dood vinden, eraan gaan, óndergaan, sneven, te gronde gaan, vergaan, verongelukken, het leven laten, het leven verliezen

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ˈɔmkomə(n)/
Separaciónom·ko·men

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) omkom(ik) omkwam
(jij) omkomt(jij) omkwam
(hij) omkomt(hij) omkwam
(wij) omkomen(wij) omkwamen
(jullie) omkomen(jullie) omkwamen
(gij) omkomt(gij) omkwaamt
(zij) omkomen(zij) omkwamen
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) omkome(dat ik) omkwame
(dat jij) omkome(dat jij) omkwame
(dat hij) omkome(dat hij) omkwame
(dat wij) omkomen(dat wij) omkwamen
(dat jullie) omkomen(dat jullie) omkwamen
(dat gij) omkomet(dat gij) omkwamet
(dat zij) omkomen(dat zij) omkwamen
Participios
Participio presenteParticipio pasado
omkomend, omkomende(zijn) omgekomen

Muestras de uso

Hij had hem levend te pakken willen krijgen, maar er was een wilde schietpartij ontstaan en ook de vierde man was omgekomen.

Traducciones

afrikáansvrek
alemánumkommen; untergehen; zu Grunde gehen
catalánperir
españolperecer
esperantoperei
feroésglatast; umkomast
finéstuhoutua
francéspérir; s’abîmer
frisón de Saterlandtou Gruunde gunge; unnergunge; uumekuume
frisón occidentalferkomme
inglésperish
latínperire
polacoginąć; umrzeć
portuguésdestruir‐se; perecer
rusoгибнуть
suecoförgås
tailandésเสียชีวิต