Información sobre la palabra uitmunten (neerlandés → Esperanto: eminenti)

Categoría gramaticalverbo

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) munt uit(ik) muntte uit
(jij) munt uit(jij) muntte uit
(hij) munt uit(hij) muntte uit
(wij) munten uit(wij) muntten uit
(jullie) munten uit(jullie) muntten uit
(gij) munt uit(gij) munttet uit
(zij) munten uit(zij) muntten uit
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) uitmunte(dat ik) uitmuntte
(dat jij) uitmunte(dat jij) uitmuntte
(dat hij) uitmunte(dat hij) uitmuntte
(dat wij) uitmunten(dat wij) uitmuntten
(dat jullie) uitmunten(dat jullie) uitmuntten
(dat gij) uitmuntet(dat gij) uitmunttet
(dat zij) uitmunten(dat zij) uitmuntten
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
munt uitmunt uit
Participios
Participio presenteParticipio pasado
uitmuntend, uitmuntende(hebben) uitgemunt

Traducciones

alemánbedeutend sein; ausgezeichnet sein
esperantoeminenti
portuguésestar eminente; mostrar‐se eminente