Información sobre la palabra opkrassen (neerlandés → Esperanto: foriri)

Sinónimos: afgaan, heengaan, opdonderen, opflikkeren, ophoepelen, opsodemieteren, ervandoor gaan, vertrekken, weggaan, zich verwijderen, opstappen

Categoría gramaticalverbo
Pronunciación/ˈɔpkrɑsə(n)/
Separaciónop·kras·sen

Conjugación

Modo indicativo
PresentePasado
(ik) kras op(ik) kraste op
(jij) krast op(jij) kraste op
(hij) krast op(hij) kraste op
(wij) krassen op(wij) krasten op
(jullie) krassen op(jullie) krasten op
(gij) krast op(gij) krastet op
(zij) krassen op(zij) krasten op
Modo subjuntivo
PresentePasado
(dat ik) opkrasse(dat ik) opkraste
(dat jij) opkrasse(dat jij) opkraste
(dat hij) opkrasse(dat hij) opkraste
(dat wij) opkrassen(dat wij) opkrasten
(dat jullie) opkrassen(dat jullie) opkrasten
(dat gij) opkrasset(dat gij) opkrastet
(dat zij) opkrassen(dat zij) opkrasten
Modo imperativo
Singular/PluralPlural
kras opkrast op
Participios
Participio presenteParticipio pasado
opkrassend, opkrassende(zijn) opgekrast

Muestras de uso

Ik blijf hier rondhangen tot ze opkrassen.

Traducciones

afrikáansvertrek
albanés
alemánfortgehen; weggehen; heimgehen; verscheiden; sich entfernen
danésafgå; afrejse; go ud; rejse bort
españolausentarse; irse
esperantoforiri
feroésfara avstað
francéspartir; s’en aller; filer
frisón de Saterlandouraisje; wächgunge
frisón occidentalfuortgean; ôfsette; ôfstekke
gaélico escocésfàg; falbh; imich
inglésabsent oneself from; absent oneself; depart; go away; leave
islandésfara
italianoandarsene; partire
latínabaetere; abire; abitere; abscedere
malayoberangkat
noruegodra bort
papiamentosali
polacousunąć
portuguésafastar‐se; ausentar‐se; partir; retirar‐se
rumanopleca; se îndepărta
rusoуехать
suecoge sig iväg
tailandésออก; ละ
turcobırakmak